Ballonlanding

De man keek door de voorruit van zijn auto. Langzaam zeilde de ballon over de boomtoppen naar een weiland in de buurt. Aan de kant van de weg dat naar het dorp leidde stond een stoet van volgauto's opgesteld. Het werd al snel duidelijk dat ze verkeerd gegokt hadden. Iedereen sprong haastig in de auto. De colonne zette zich in beweging naar de juiste landingsplek en zonder dat hij erom gevraagd had werd de man de kop van de stoet.

De man reed een brede zijweg in waarachter een groot weiland lag. Hij zette zijn auto aan de kant om de stoet te laten passeren. Met zijn fototoestel in de hand liep hij daarop achter de stoet aan in de richting van ground zero.
Terwijl hij door zijn zoeker stond te turen, arriveerde een motorrijder op een lage brede motor. Het leek de man een Indian toe, maar hij wist het niet zeker.

De motorrijder sloot de benzinetoevoer af en ging geïnteresseerd staan kijken. Terwijl de ballonvaarder een ingewikkelde dans met vlammen en zwaartekracht uitvoerde boven het weiland, meldde zich na enige tijd een een derde toeschouwer. Het was een jongen op een lawaaierige brommer. Hij stopte naast de motorrijder en verdeelde vanaf dat moment zijn aandacht tussen de dalende ballon en de motor.

De mand van de ballon was inmiddels op de grond geland, maar de brander bleef vuur spuwen. Klaarblijkelijk moest de ballon per se aan één bepaalde kant op het gras terecht komen, maar de wind werkte niet mee. Het resultaat was dat de mand enkele malen heel en weer zwaaide en omkieperde, waarbij telkens een luid gejoel uit de mand opsteeg.

De jongen op de brommer had nu een gesprek aangeknoopt met de motorrijder. Die wilde weten waar hij vandaan kwam. "Woar kom -ie dan von?", zei de motorrijder. De jongen antwoordde opgetogen: "Ik bun von Vrieseloar!" De motorrijder keek hem onderzoekend aan. "Die kennik nie." De jongen begreep dat zijn tijdelijke buurman wat hulp nodig had. "Ja, doar vant witte huus!" De motorrijder leek niet meer dan zijn wenkbrauw op te tillen ter herkenning. "O joh, die kennik. Geertjan is je poa, nie?" De jongen knikte tevreden: "Jawal!"

Inmiddels was de ballon op de goede plek neergekomen. De man liet zijn fototoestel zakken. Waarschijnlijk zouden de inzittenden van de grote mand nu uitstappen en met champagne overgoten worden, waarna een gezamenlijke exercitie zou leiden tot het opvouwen van de leeggelopen ballon.

De man besloot het niet meer af te wachten. Hij stapte in zijn auto en keek nog één keer om. De jongen met de brommer had geen oog meer voor de ballon. Met het ijs gebroken tussen hem en de motorrijder was de motor veel interessanter geworden.

De man draaide de provinciale weg weer op. Het dorp was in rust gebleven. Slechts drie mensen hadden de landing van nabij bekeken. Waarvan één met dubieuze motieven, bedacht de man.

Het was ook maar een ballon.