Muis

muis

De man had last gehad van muizen. "Last" was eigenlijk niet het goede woord. Hij had ooit een stoet muizen zijn huis uitgejaagd die het voorzien hadden op een vergeten pak stroopwafels. Sindsdien had de man al zijn voedsel achter slot en grendel geplaatst en nooit meer een muis gezien.

Maar deze vroege nacht, waarin iedereen behalve de man zijn bed al had opgezocht, was het anders. Bij het binnenlopen van de keuken vermoedde hij dat het grijszwarte propje dat over het aanrecht schoot geen opwindmuis was.

De muis schoot achter de magnetron. De man schoof de magnetron naar voren en vond de muis in het hoekje weggedoken. Een poging om de muis te pakken mislukte jammerlijk. Het beestje verdween van het aanrecht onder de koelkast.

De man besefte dat hij de muis had moeten vangen met een visnetje, dat daarmee mooi meer dienst had kunnen doen dan slechts helpen bij het onderhoud van het aquarium. Te laat.

Er zat niks anders op dan de koelkast op te tillen en te verschuiven. Het half naar voren schuiven onthulde de schuilplaats van de muis, tussen de koelkastelektronica. Daar de man de koelkast nog niet zo lang geleden had aangeschaft, besloot hij tot voorzichtigheid. Hij porde de muis op weg te lopen.
Deze deed dat onmiddellijk en verdween onder de koelkast. Nu werd het moeilijk. Aan weerszijden van de onderkant zaten twee metalen beugels of sleden met onduidelijk doel, daar ze niet helemaal op de grond rustten. In het midden was de loopruimte voor de muis voldoende hoog om zich te verschuilen.

Het draaide uit op moeizaam schuiven en kantelen van de kast.

Ergens moet het mis zijn gegaan. De muis, verrast door de bewegingen, moet zich onder de sleden hebben verstopt, hetgeen hem fataal werd bij het terug laten zakken van de zware kast.
Toen de man geen beweging meer vernam en de koelkast met behulp van een snel tevoorschijn gehaalde ondersteuning schuin kon blijven rusten zonder zijn spierinspanning, zag hij wat hij had aangericht.

Mismoedig haalde hij de dode muis onder de slee uit, de oogjes half geloken. Zijn lijden was slechts kort geweest. Een klapval had het niet effectiever kunnen doen.

"Stom beest," dacht de man. Als de muis zich had laten vangen was hij buiten gezet met de kans op een nieuwe inbraakpoging. Een soort omgedraaid Alcatraz. Maar door te ontsnappen had de muis precies bewerkstelligd wat hij probeerde te ontlopen.

De man bleef achter met een kater. Eentje in zijn hoofd, niet een van het feline soort. Als boetedoening besloot hij er een verhaaltje over te schrijven.