Regen

regen

De man zat achter het raam. Buiten regende het. Door de voorbije warme dagen vormde zich in de verte een laag van mist die loom over het land lag. Onder de rand van het balkonhek hadden zich grote dikke druppels gevormd die continu op het punt stonden zich te laten vallen.
De boom recht voor zijn balkon bevatte enkele zichtbare vogelnesten. Een eksternest, een duivennest en een merelnest, zo herinnerde de man zich de voorbije bewoning. De nesten waren de voorgaande jaren onzichtbaar geweest tussen het groen. Een klimop had de boomstam en grote delen van de takken toen geheel overwoekerd. Het was echter duidelijk dat een benedenbuur de aanval van deze parasiet niet op waarde had kunnen schatten en aan de onderkant van de boom de wortels van de klimop had doorgezaagd. Hierdoor was de boom nu overwoekerd door een kaal stelsel van dode klimopranken dat de boom een armetierig aanzicht gaf.

Het duivennest was dit jaar niet bezet. De man was daar blij mee geweest. Omdat het nest zich precies ter hoogte van zijn balkon bevond, hadden de duiven veelvuldig gebruik gemaakt van het voornoemde balkonhek. Het duivenmannetje had het hek voor maar liefst twee activiteiten gebruikt. De eerste was 's morgens voor dag en dauw luidruchtig zijn aanwezigheid kenbaar maken door middel van gekoer; de tweede activiteit was het op het hek en het balkon uit zijn achterwerk laten vallen van een teerachtige substantie. De duivenpoep was zo agressief van samenstelling en kleefkracht, dat de man een heel arsenaal aan verwijderingsgereedschap had klaarliggen. Een oude afwasborstel, een beitel, een staalborstel en diverse bijtende en blekende schoonmaakmiddelen.
Dagelijks had hij het balkon op gemoeten om de substantie los te bikken en de achterblijvende bruinzwarte plek te bleken.

De man had een verbeten strijd gevoerd met de duiven. Uiteindelijk was de plantenspuit er zelfs aan te pas gekomen, ondersteund door voorbereidingen van militair kaliber om razendsnel te kunnen toeslaan. Ieder gekoer, hoe ver weg dan ook, had hem sindsdien in opperste staat van paraatheid gebracht. De man was geconditioneerd.

Niet dat de man een hekel had aan duiven. De vogels waren niet op de hoogte van zijn claims op een schoon balkon en waren niet geïnteresseerd in menselijke eigendomsverhoudingen. Hij nam de duiven niets kwalijk. Wel verwonderde hij zich over het feit dat de duiven zijn balkon uitkozen als zitplaats. Terwijl de vier onderliggende tuinen over vijf bomen en een struik beschikten en het park aan de overkant van het watertje honderden bomen en struiken bevatte, koos de duif voor het gecoate gietijzer en het kale beton om zijn behoefte te doen.

Maar de guerrilla met het duivenechtpaar was succesvol geweest. Het nest was dit jaar niet uitgekozen en op een enkele brutaliteit na was het balkon niet meer bezet geweest - laat staan bescheten. De duiven waren vertrokken en de man vroeg zich af waar naartoe.

Maar de duiven hielden zich angstvallig stil. Je wist maar nooit hoe ver de plantenspuit van de man reikte.