Ruzie

De man leunde voorover en steunde met zijn ellebogen op de tafel in het trendy café. Zijn armen hadden zodoende een beschermende ring gevormd rond het lege kopje cappuccino dat voor hem stond. Verstrooid speelde hij met het gescheurde papiertje dat om het meegeleverde koekje had gezeten. Het was niet helemaal duidelijk wat hij in het café te zoeken had. Het merendeel van de gasten had hooguit de helft van zijn leeftijd bereikt. Hij staarde somber naar het stelletje aan de tafel naast hem. De vriend had zijn haar vol gesmeerd met gel om zijn kunstig geknede stekeltjes permanent omhoog te laten steken. De vriendin zei hardop "Jezus, wat een kutopmerking!". Ze keek daarbij ontevreden uit haar ogen, haar vriend duidelijk makend dat ze niet gediend was van een opmerking die hij zojuist had gemaakt.

De man foeterde inwendig. Als hij eerder meegeluisterd had, was hij op de hoogte geweest van de inhoud van die opmerking. Nu moest hij zien te reconstrueren wat haar vriend had gezegd.

De vriendin keek boos. "Ze wist wat ze deed. Doe toch niet zo achterlijk. Hun zijn twee volwassen mensen" Ondanks de taalkundige onjuistheid concludeerde de man dat het ging om een probleem op het relationele vlak. De vriend draaide zijn gezicht ongemakkelijk naar het raam en keek naar buiten. "Hou nou maar op", zei hij afgemeten. Dat was zij niet van plan. "Jij begon er toch over? Nou dan." Even twijfelde haar vriend of hij het daarbij zou laten. Zijn eergevoel won het echter van zijn verstand. "Ik begon erover omdat jij er al dagen over loopt te zeiken."

De man vroeg af of hij het begin van een luidruchtige ruzie zou meemaken. De vriendin bedacht zich echter en besloot een beroep op het inlevingsvermogen van haar vriend te doen. "Vind jij dat dan niet. Als ik dat hoor, dan heb ik zoiets van, dat doe je toch niet?" De vriend zuchtte hoorbaar en keek naar zijn trendy drankje. Hij bewoog het langzaam heen en weer waardoor de vloeistof in het glas ronddraaide. "We doen zoiets allemaal wel eens. Je moeder toch ook? Dat heeft ze zelf verteld." In de ogen van de vriendin was de verbazing te zien. Ze boog zich voorover naar haar vriend.

De man verschoof iets met zijn stoel om haar gezicht te kunnen blijven zien. "Heb ze jou dat verteld? Wanneer dan?" Dat ontlokte de jongen een nieuwe zucht. Hij dronk zijn glas leeg en zette het luidruchtig neer. "Weet ik veel. Ik heb honger." De verbazing in de ogen van de vriendin veranderde in ergernis. "Jezus" zei ze opnieuw.

Zonder een woord te zeggen stonden beiden op. Het meisje pakte een roze jack met witte nepbontkraag en een roze vilten handtas die rijkelijk versierd was met in een cirkelvorm geborduurde witte lusvormige stiksels. Haar vriend pakte zijn jack, controleerde zijn zakken, en zei "We hebben het er nog wel over."

De man besefte dat dit niet meer in zijn bijzijn zou geschieden. Hij keek het stel door het raam na. Daarop draaide hij zich om en bestelde nog een koffie. Met de blik op de twee die om de hoek verdwenen vroeg hij zich af wat voor koekje hij bij zijn tweede kopje cappuccino zou krijgen.