Van Mezelf

De man zat in de trein. Hij was vroeg op weg naar huis, hetgeen een door hemzelf gewenste plek in de coupé op had geleverd. Hij zat helemaal voorin in de ellenlange Intercity van Amsterdam naar Utrecht. Met een beetje geluk zouden de stoelen om hem heen tijdens de terugreis onbezet blijven en kon hij op zijn gemak de benen strekken, zijn spullen op de bank naast zich plaatsen en ongestoord uit het raam kijken.

Dat kleine geluksgevoel was hem vandaag echter niet gegund. Bij de enige tussenstop op de reis naar huis schoof de coupédeur achter hem open. De medereiziger die binnen kwam koos in het verder geheel lege treinstel onmiddellijk positie op de bank direct voor de man. De man zag een klein stukje van de achterkant van het hoofd van de medereiziger boven de hoofdsteun van de stoel voor hem uitsteken.

De trein had het station nog niet verlaten of de medereiziger had de mobiele telefoon al ter hand genomen. De man zuchtte. Dit zou weer een eindeloze conversatie op luide toon worden waar geen ontsnappen aan was. En inderdaad werd de kwaliteit van zijn beoordelingsvermogen ook dit keer weer beloond.

Het gesprek begon. Gezien de wat verwijfde toon van zijn voorganger vroeg de man zich af of hij een man of vrouw voor zich had zitten. Dat leidde ertoe dat hij zich voorzichtig naar rechts over de leuning van zijn stoel, en simultaan voorover boog om en profil een blik van zijn medereiziger voor hem te krijgen. Hij besloot dat het om een man ging.

De medereiziger werkte in de geestelijke gezondheidszorg. Het was duidelijk dat het team vandaag een pittige ruzie achter de rug had gehad. Alle standpunten van de diverse participanten in de ruzie passeerden de revue. De man trachtte - daar een nuttig tijdverdrijf er voor hem toch niet meer inzat - de oorzaak en betekenis van het conflict te doorgronden, maar bleek niet in staat het probleem helemaal te achterhalen. Het was er echter hevig aan toe gegaan. Zo hevig, dat de medereiziger steeds luider begon te praten.

Uiteindelijk bleek de ruzie niet alleen een begin, maar ook een eind te hebben gehad. Na beëindiging hadden alle partijen klaarblijkelijk besloten zich terug te trekken om hun wonden te likken. Maar niet iedereen in de zorginstelling had blijkbaar de ruzie van dichtbij meegemaakt, want - zo vertelde de medereiziger - een vrouwelijke collega was bij hem komen informeren wat er nu precies aan de hand was. De medereiziger bracht zijn gesprekspartner aan de telefoon daarvan nauwkeurig op de hoogte. "En toen kwam Lisette binnen, en die vroeg aan me: wil je erover praten? Maar dat wilde ik toen helemaal niet, weet je wel? Ik had helemaal geen zin om het met haar te delen. Het was even helemaal van mezelf, van mij, weet je wel, en van niemand anders. Mijn boosheid wilde ik even helemaal bij mezelf houden, weet je wel? Dat was van mij, en niet van haar, weet je wel?"

De gesprekspartner aan de telefoon wist het ook wel, want de medereiziger vervolgde na een innige luisterstilte tevreden met "Precies. Dat zei ik nou ook tegen Lisette." Het was duidelijk dat de medereiziger dapper stand had gehouden en dat het probleem van hem was gebleven. Tenminste - in de zorginstelling, want de man achter hem had er wel degelijk gedetailleerd kennis van genomen.

De man vroeg zich af waarom de genoemde Lisette geen kennis mocht nemen van het probleem, iets waar ze toch duidelijk behoefte aan had gehad, terwijl hij er in de trein gedwongen kennis van had moeten nemen en er geen behoefte aan had gehad. Van de man had het probleem van zijn medereiziger mogen blijven, weet je wel. Maar het leven, zo besloot de man, was nu eenmaal hard en niet altijd rechtvaardig. Ook Lisette had dat ervaren.

De trein rolde Utrecht Centraal binnen. De man pakte zijn jas, zijn tas en liep, al waggelend door de wissels die onder de trein door rolden via het gangpad naar het balkon. Achter hem begon de medereiziger aan een nieuw telefoongesprek. "Hoi," riep hij enthousiast "rotdag gehad. Het was weer zover." De man rukte fanatiek aan de tussendeur om een tweede versie van het gesprek niet meer te hoeven horen. De treindeuren gingen open. De wachtenden op het perron mochten zijn plaats innemen.

Hij hoopte dat zijn bus nog stond te wachten. Dat scheelde toch weer tien minuten.