Zucht

De man en het bolle meisje zaten recht tegenover elkaar in de stadsbus. Hij reed vooruit, zij reed achteruit. De man dacht aan een noodstop. Hij besefte dat zij op de betere plek zat. Terwijl zij tegen haar zitting zou worden aangedrukt, zou hij vooruit door de bus vliegen.

Maar een noodstop zat er niet in. Het verkeer was vastgelopen op de brug. De snelheid was stapvoets en de terreinwinst was marginaal. De man verlangde naar huis. Even besloot hij bij de volgende halte uit te stappen en naar huis te lopen. Maar zelfs de volgende halte was een eeuwigheid verwijderd.

Het meisje haalde haar mobiele telefoon tevoorschijn en koos een naam uit de lijst. Ze zette hem tegen haar oor en trok een vermoeid gezicht. "Hoi." schalde ze door de bus met een stem die de uitputting slechts veinsde. "Even over vanavond." Het gesprek zou niet makkelijk worden.

"Ik zou vanavond langskomen, hè. Maar ik ben eigenlijk heel erg moe. Ik heb echt zoiets van - pffffttt." Deze luid uitgesproken zucht liet ze vergezeld gaan van een lichaamsbeweging en mimiek die de ontvanger van het telefoongesprek helaas niet bereikten.

Naast haar keek een Surinaamse vrouw vluchtig in haar richting. De man verbaasde zich. Het was stil in de bus. Haar stem schalde dwars door het gangpad. Iedereen kon meeluisteren. Geïntrigeerd keek hij haar aan. Ze keek strak terug, zonder hem te zien. Slechts het gesprek had haar aandacht.

De afspraak was afgezegd. Even keek het meisje naar buiten. Ze constateerde dat de bus nog lang niet op haar eindbestemming was. Dat stimuleerde haar tot het opnieuw ter hand nemen van de telefoon. "Hoi meis!" schreeuwde ze opgewekt in de telefoon. "Is -ie?" Het antwoord stemde haar tevreden.

"Ja hoor," vervolgde ze even later, "vanavond de hele avond. Zullen we om negen uur afspreken? Zie je dan. Doei!" Het meisje stopte de telefoon in haar enorme handtas. Opnieuw keek ze naar buiten.

Eindelijk kwam de bus in beweging. De man zuchtte. Het meisje zou op tijd z